Loading…

FAQ

Algemeen

Enkel voor plichtopleidingsonderdelen in een modeltraject kan je gegarandeerd een volgbaar uurrooster bekomen.

Ja! Er bestaan onder meer de permanente onderwijscommissies (POC) en curriculumcommissies, die voor minimum 1/3e uit studenten bestaan en de faculteitsraad die voor minimum 10% uit studenten bestaat. Er zijn ook studentenvertegenwoordigers in de meeste bestuursorganen van onze universiteit.
Vertegenwoordiging gebeurt universiteitsbreed door de Studentenraad KU Leuven, die de vertegenwoordigers verkiest en standpunten inneemt namens de studenten van de KU Leuven. Wanneer het om lokale en regionale zaken gaat (zoals bijvoorbeeld vertegenwoordiging in studentenvoorzieningen), worden de studenten vertegenwoordigd door hun campusraad (vb. LOKO – voor de Leuvense studenten).
Op facultair niveau gebeurt de vertegenwoordiging door de verschillende faculteitskringen of facultaire overlegorganen.
Studentenvertegenwoordigers in participatieorganen hebben recht op bepaalde afwijkingen wanneer dit hun participatie in het gedrang brengt.

De informatie over een vak (officieel: “opleidingsonderdeel”) in de ECTS-fiche – bv. examenvorm, inhoud van het vak – is, in combinatie met je ISP, integraal onderdeel van het juridische contract tussen jou en de universiteit. Je vindt er nuttige informatie voor de samenstelling van je studieprogramma. Zo levert de rubriek begintermen vaak belangrijke info op, ook al gaat het daar enkel om adviezen en niet om afdwingbare volgtijdelijkheidsvoorwaarden of voortgangsvereisten – later meer over die laatste.

Op basis van de ECTS-fiche mag je als student ook verwachten dat een vak op de vooropgestelde manier geëxamineerd wordt en kan je beroep aantekenen mocht de overeenkomst geschonden worden. Wat enkel mondeling wordt meegedeeld, geldt niet als wettelijke referentie. Toledo is dan weer een officieel kanaal van de KU Leuven, maar dan nog mogen berichten op Toledo niet zomaar afwijken van de ECTS-fiche. Enkel als heel duidelijk en ondubbelzinnig meegedeeld (bv. Toledo) wordt dat wat in de ECTS-fiche staat, bv. omwille van overmacht, anders zal zijn, is een uitzondering op dit principe mogelijk. Het is wel mogelijk dat informatie uit de ECTS-fiche geconcretiseerd wordt op Toledo. Blijf dus alert en controleer je Toledomeldingen goed!

Als je nog 120 studiepunten of meer te gaan hebt in je bacheloropleiding of je zit in een schakelprogramma en je CSE ligt lager dan 50%, dan krijg je bindende voorwaarden. Het komt erop neer dat je CSE na het volgende academiejaar minstens 50% moet bedragen, of je mag je het jaar daarna niet meer inschrijven voor een bacheloropleiding of schakelprogramma aan de KU Leuven.
Bij een CSE lager dan 60% in januari krijgen “starters” (eerstejaarsstudenten) een niet-bindend studieadvies. Dit houdt in dat je uitgenodigd zal worden voor een infosessie of een gesprek met je studiebegeleider. Deze starters zullen in hun eerste jaar ook minstens 30% CSE moeten behalen. Indien ze deze grens niet behalen, krijgen ze een ‘weigering’ en kunnen ze zich niet langer inschrijven voor de opleiding waaraan ze bezig zijn. Sinds dit academiejaar gelden deze regels voor eerstejaarsstudenten ook voor schakelstudenten.

Eens je een plichtvak opgenomen hebt en niet slaagt/tolereert, dan moet je het blijven opnemen – tolereren kan natuurlijk wel zolang je voldoende tolerantiepunten hebt. Keuzevakken kan je nog vervangen. Bissen is geen probleem, trissen kan enkel als je CSE hoger dan 50% ligt – anders mag je je een jaar lang niet inschrijven voor opleidingen die dat vak bevatten – en quateren wordt nooit toegestaan. Zéér uitzonderlijk en enkel op basis van bijzondere individuele omstandigheden kan de directeur van de centrale Studentenadministratie anders beslissen. Als je trist en toch niet slaagt, dan mag je je drie jaar lang niet meer inschrijven aan de KU Leuven voor de opleidingen die het niet-geslaagde vak bevatten. Pas na afloop van deze drie jaar herwin je automatisch je inschrijfrecht.
Let op! Sinds dit jaar kunnen taalequivalente opleidingsonderdelen meetellen voor het aantal examenkansen. Hetzelfde opleidingsonderdeel in een andere doceertaal opnemen en nietslagen, kan je evenzeer een weigering opleveren als trissen en niet slagen.
Ook als je leerkrediet op is, kan je je niet langer inschrijven. Beschik je over onvoldoende leerkrediet om je opleiding af te maken, dan betaal je voor de “ongedekte” studiepunten het verhoogde inschrijvingsgeld. Behaal je op die manier je bachelordiploma, dan word je ondanks je gebrek aan leerkrediet toch toegelaten tot de master. Daar geldt weliswaar opnieuw het verhoogde inschrijvingsgeld. Studenten die wel al een masterdiploma op zak hebben, mogen zich inschrijven voor een nieuwe opleiding ongeacht wat de stand van hun leerkrediet is én ze zullen geen verhoogd inschrijvingsgeld moeten betalen.

Al deze “studievoortgangsbewakingsmaatregelen” gelden ook voor studenten met een examencontract!



 

Examens

Volgens het OER (Onderwijs en Examen Reglement), heb je tot 7 kalenderdagen na de bekendmaking de tijd om aan te geven of je beroep wil aantekenen. De procedure hiervoor vind je hier.

Informatie over de doelstellingen van het opleidingsonderdeel, de verwachtingen bij het examen en de manier waarop de evaluatie zal gebeuren, zijn een essentieel onderdeel van het onderwijsproces. Deze informatie stelt studenten in staat om hun leeractiviteiten hierop af te stemmen. Daarnaast biedt deze informatie de studenten de kans om, los van een formele betwisting, zélf te kunnen vaststellen dat de evaluatie op een correcte en vooraf afgesproken manier gebeurd is.

Het ter beschikking stellen van deze informatie is cruciaal voor alle opleidingsonderdelen. De wetgeving bepaalt dat algemene informatie met betrekking tot het opleidingsonderdeel en het examen vóór de start van het academiejaar moet worden bekend gemaakt via een informatiekanaal dat door de studenten doorheen het academiejaar permanent kan worden geraadpleegd. Een belangrijke rol is hierbij dan ook weggelegd voor de ECTS-fiches. Het onderwijs- en examenreglement (OER) bepaalt dat de ECTS-fiches voor elk opleidingsonderdeel gedetailleerde informatie dienen te bevatten over de inhoud en de doelstellingen van het opleidingsonderdeel, de examenmaterie en de wijze van evalueren. Deze fiche omvat ook informatie over de weging van eventuele onderdelen waarvoor een deelcijfer wordt toegekend en de gevolgen van het niet deelnemen aan een onderdeel van het examen. Indien de examenmaterie of de evaluatiemethode verschilt van de ene tot de andere examenperiode wordt dit eveneens in de ECTS-fiche vermeld.

Merk je een fout op in de ECTS-fiche? Aarzel dan niet om de docent hierover aan te spreken!

Elke professor moet een collectief en/of individueel feedbackmoment organiseren, tijdens de eerste zeven kalenderdagen na de bekendmaking van de examenresultaten – die feedbackregeling moet tenminste een week voor het einde van de examenperiode aan de studenten bekend gemaakt worden. Dat geldt voor examens van de eerste, tweede en derde examenperiode.
Op deze webpagina vind je een overzicht per faculteit hoe ze hun feedbackregeling bekend zullen maken. Dit is vooral een interessante pagina voor studenten die een keuzevak volgen aan een andere faculteit dan de faculteit van zijn/haar opleiding.

Voor het feedbackmoment van het eerste semester is het belangrijk dat dit niet valt tijdens de lesvrije week of op een moment waarop studenten hoorcollege hebben; dit is niet reglementair bepaald, maar verdient wel de nodige aandacht van je proffen en studentenvertegenwoordigers.
Tijdens het feedbackmoment mag de student zich laten bijstaan door een medestudent die reeds voor het vak is geslaagd. Ook ouders en advocaten mogen meekomen als waarnemer tijdens het feedbackmoment. Noch de tweede student, noch de ouders en advocaten mogen spreken tijdens dit moment.

Studenten hebben steeds inzagerecht. Het verzoek tot inzage wordt ingediend bij de faculteit na de examenperiode en ten laatste een maand na aanvang van het volgende academiejaar.

Bovendien kan een student ook (kosteloos!) een kopie aanvragen van een examen, maar enkel en alleen als hij de procedure heeft doorlopen wat betreft het recht op feedback.

Om en bij vier uur is de maximumduur van een examen. Dit is echter eerder een richtlijn dan een regel.

Enkel studenten die een modeltraject volgen, kunnen gegarandeerd tot een examenreeks komen waarin niet meer dan één plichtopleidingsonderdeel per dag wordt geëxamineerd.

Afronding gebeurt naar beneden tot aan 0,5 en vanaf 0,5 inclusief naar boven, behalve als de docent een andere afrondingswijze aankondigt in zijn of haar ECTS-fiche.

Mondeling examen zonder schriftelijke voorbereiding is niet toegelaten. Je hebt altijd recht op 20 minuten voorbereiding (al zijn er enkele marginale facultaire uitzonderingen). Sinds dit academiejaar mogen faculteiten hier wel van afwijken als het examen mondelinge taalvaardigheid test of het gaat om een bespreking of presentatie van een werkstuk. Bij deze examens geldt er dat er geen voorbereidingstijd is, tenzij het anders vermeld wordt in de ECTS-fiche van het opleidingsonderdeel (art. 65).

Als je in tweede zit een niet-geslaagd vak opnieuw opneemt, maar toch een slechter resultaat behaalt (vb. een 6 i.p.v. een 8), blijft je eerste cijfer behouden (die 8). Scoor je echter beter (een 9 of meer), dan wordt dit nieuwe resultaat behouden. Dit geldt wel enkel binnen eenzelfde academiejaar. Over verschillende academiejaren heen is er geen behoud van het hoogste niet-geslaagde resultaat.
Daarom raden we aan steeds het herexamen van een niet-geslaagd vak mee te doen, ook al kan je tolereren, want daarmee verlies je immers geen leerkrediet als je via het herexamen alsnog slaagt – je verliest uiteraard wel je leerkrediet voor dat vak als je niet slaagt bij het herexamen. Als je echter meteen tolereert, verlies je sowieso je leerkrediet.

Jaarlijks kan je in bacheloropleidingen, schakel- en voorbereidingsprogramma’s toleranties inzetten, naargelang de grootte van je tolerantiekrediet. Je kiest zelf voor welke opleidingsonderdelen (8/20 of 9/20) je dit doet. Dit kan enkel als je CSE minstens 50 % bedraagt. Uiteraard kan dit niet onbeperkt. Je tolerantiekrediet bedraagt 10 % van het aantal studiepunten die je opleiding telt (Bv. 18 tolerantiepunten voor een opleiding van 180 studiepunten). Vrijstellingen tellen niet mee voor het tolerantiekrediet en voor wie nog geen 60 studiepunten behaald heeft, blijft het tolerantiekrediet beperkt tot 12 studiepunten.

In de master kan uitzonderlijk één 9 getolereerd worden zolang de student in het totaal voldoet aan het onderscheidingscriterium en zolang die onvoldoende score niet wordt behaald op een OPO dat als niet-tolereerbaar wordt beschouwd (masterproeven en stages kunnen nooit getolereerd worden, daarnaast kunnen faculteiten nog steeds beslissen om alle vakken tóch niet-tolereerbaar te maken, maar een dergelijke beslissing moet dan uitdrukkelijk verantwoord kunnen worden.).

Daarnaast zal voor studenten met één enkele andere onvoldoende (lees: anders dan een 9 bij globaal onderscheidingsniveau) de examencommissie haar beslissing om te tolereren moeten motiveren.
Studenten die van de examencommissie tolerantie krijgen, hebben uiteraard nog steeds de mogelijkheid om van de tolerantie af te zien en het vak te herkansen; dit kunnen ze aangeven tot 5 dagen na de deliberatie.



 

Onvoorziene omstandigheden

Contacteer zo snel mogelijk je examenombuds, deze kan je verder helpen.

Wacht rustig aan het examenlokaal en contacteer je examenombuds, deze zal je prof contacteren en je verder kunnen helpen.

Onze website wordt momenteel geüpdatet. Zijn er fouten of ontbreekt er info? Stuur ons een e-mail.
info@stura.be